Koeltransport: zo werkt het en welke regels gelden

RNJ Transport regelt koeltransport met gecontroleerde partnervervoerders, omdat wij geen eigen koelopleggers hebben. Een koeloplegger houdt een ingestelde temperatuur vast. De lading moet dus al vóór het laden op de juiste temperatuur zijn. Voor internationaal vervoer van levensmiddelen legt de ATP-overeenkomst klassen van materieel en maximale temperaturen vast, bijvoorbeeld −18 °C voor diepvriesproducten en +7 °C voor rood vlees.

  • De ATP-overeenkomst geldt voor bevroren levensmiddelen en voor de gekoelde levensmiddelen uit bijlage 3. Voorwaarde is dat ze in het ene land worden geladen en worden gelost in een ander land dat partij is bij de ATP.
  • De ATP legt de hoogste temperatuur van de producten vast bij laden, vervoer en lossen: −18 °C voor diepvriesproducten, +7 °C voor rood vlees, +4 °C voor gevogelte en +3 °C voor rode slachtafvallen.
  • Een ATP-koeloplegger draagt een klassemerk, bijvoorbeeld FRC, aan beide zijkanten vooraan. Mechanisch gekoeld materieel van klasse C kan elke binnentemperatuur tussen +12 °C en −20 °C vasthouden.
  • Verordening (EG) nr. 37/2005 van de Commissie eist een temperatuurrecorder bij het vervoer van diepvriesproducten. De registraties worden gedateerd en minstens één jaar bewaard.
  • Volgens het CMR-verdrag is de aansprakelijkheid van de vervoerder voor verloren of beschadigde goederen beperkt tot 8,33 SDR per kilogram brutogewicht (artikel 23, gewijzigd door het protocol van 1978).

De koeloplegger en de temperatuur van de lading

Een koeloplegger is een oplegger met een geïsoleerde opbouw en een koelaggregaat dat een ingestelde temperatuur vasthoudt. De ATP-test controleert of het aggregaat een lege opbouw kan afkoelen en die temperatuur kan vasthouden. De lading moet dus bij het laden al op de juiste temperatuur zijn. Koel warme goederen eerst af in een koelhuis, en laad ze daarna pas in de koeloplegger.

Ook de regels voor levensmiddelen vragen dit. De ATP-grenzen gelden vanaf het moment van laden. Verordening (EG) nr. 853/2004 bepaalt dat vlees de juiste temperatuur moet hebben vóór het vervoer, en die tijdens het vervoer moet houden. De temperatuur moet zo worden ingesteld dat gekoelde producten op geen enkele plek in de lading bevriezen (ATP, bijlage 3).

Spreek vóór het laden nog twee dingen af. De chauffeur zet het koelaggregaat op tijd aan, zodat de oplegger de ingestelde temperatuur heeft voordat de deuren opengaan. De ingestelde temperatuur staat op de transportopdracht en op de CMR-vrachtbrief.

RNJ Transport heeft geen eigen koelopleggers. Onze vrachtwagens trekken schuifzeilopleggers zonder koeling. Koeltransport regelen wij met koelopleggers van gecontroleerde partnervervoerders, en u heeft één contactpersoon voor de hele lading. Hoe wij die boeken, staat op onze pagina over koeltransport.

Hoogste temperaturen voor levensmiddelen volgens de ATP

De ATP-overeenkomst legt de hoogste temperatuur vast die de producten op elke plek in de lading mogen hebben. De grens geldt bij laden, vervoer en lossen. Bijlage 2 gaat over bevroren producten en diepvriesproducten, en bijlage 3 over gekoelde producten. De tabel toont beide bijlagen volgens de tekst van de overeenkomst die nu geldt.

ATP-temperatuurgrenzen voor bevroren en gekoelde producten
ProductHoogste temperatuur op elke plek in de ladingATP-bijlage
IJs−20 °CBijlage 2
Diepvriesproducten, bevroren vis, visproducten, weekdieren en schaaldieren−18 °CBijlage 2
Andere bevroren producten, behalve boter−12 °CBijlage 2
Bevroren boter−10 °CBijlage 2
Rauwe melk+6 °CBijlage 3
Rood vlees en vlees van groot wild, behalve rode slachtafvallen+7 °CBijlage 3
Vleesproducten, gepasteuriseerde melk, boter, verse zuivelproducten, kant-en-klare maaltijden, gesneden rauwe groenten die klaar zijn om te eten, geconcentreerde vruchtensappen, visproducten+6 °C of de temperatuur op het etiket of in de vervoersdocumentenBijlage 3
Vlees van klein wild, gevogelte en konijn+4 °CBijlage 3
Rode slachtafvallen+3 °CBijlage 3
Gehakt+2 °C of de temperatuur op het etiket of in de vervoersdocumentenBijlage 3
Onverwerkte vis, weekdieren en schaaldierenOp smeltend ijs of op de temperatuur van smeltend ijsBijlage 3

Vervoer en producten onder de ATP

De ATP-overeenkomst geldt voor het vervoer over de weg en per spoor van bevroren producten en van de gekoelde producten uit bijlage 3. De lading moet in het ene land worden geladen en in een ander land worden gelost, en het land van lossen moet partij zijn bij de ATP. De overeenkomst geldt voor vervoer tegen betaling en voor eigen vervoer.

Een zeereis korter dan 150 km telt als deel van het vervoer, als de lading in hetzelfde materieel blijft. Bij een langere zeereis beoordeelt de ATP elk deel over land apart. Zit er een veerboot in de route, bijvoorbeeld van Klaipėda naar Karlshamn, vraag dan bij de overheid van het land van laden hoe de ATP geldt.

Alle landen van onze hoofdroutes zijn partij bij de ATP: Litouwen, Letland, Estland, Nederland, België, Duitsland, Zweden en Noorwegen. Voor producten die niet voor menselijke consumptie zijn, hoeven landen de ATP niet toe te passen.

Bij vervoer tegen betaling legt artikel 4 van de ATP de verantwoordelijkheid voor de naleving bij de afzender die in het vervoersdocument staat. De vervoerder, of een ander die diensten levert zoals koeling, is verantwoordelijk voor zover de naleving van die diensten afhangt. Controleer in uw contract wie wat doet. Voor elk vervoer gelden ook de EU-regels voor levensmiddelenhygiëne. Verordening (EG) nr. 852/2004 bepaalt dat een voertuig waar nodig levensmiddelen op de juiste temperatuur moet kunnen houden, en dat de temperatuur te controleren moet zijn.

ATP-klassen van materieel en verwarmen in de winter

Het ATP-certificaat toont tot welke klasse van materieel de oplegger hoort. Mechanisch gekoeld materieel valt in klasse A tot en met F, en wordt getest bij een buitentemperatuur van +30 °C. Verwarmd materieel valt in klasse A tot en met D. Het klassemerk, bijvoorbeeld FRC, staat in grote letters op beide zijkanten van de oplegger, vooraan. Daaronder staat de datum waarop de geldigheid afloopt.

ATP-klassen van materieel en de merken op de oplegger
Materieel en klasseWat het aggregaat kanATP-merk
Alleen geïsoleerdZonder koel- of verwarmingsaggregaat. De wanden beperken de warmte-uitwisseling.IN of IR
Mechanisch gekoeld, klasse AHoudt elke temperatuur tussen +12 °C en 0 °C vastFNA of FRA
Mechanisch gekoeld, klasse BHoudt elke temperatuur tussen +12 °C en −10 °C vastFRB
Mechanisch gekoeld, klasse CHoudt elke temperatuur tussen +12 °C en −20 °C vastFRC
Mechanisch gekoeld, klasse DHoudt constant 0 °C of lager vastFND of FRD
Mechanisch gekoeld, klasse EHoudt constant −10 °C of lager vastFRE
Mechanisch gekoeld, klasse FHoudt constant −20 °C of lager vastFRF
Verwarmd, klasse A tot en met DHoudt minstens 12 uur +12 °C of hoger vast, bij een buitentemperatuur tot −10 °C (klasse A) of tot −40 °C (klasse D)CNA, CRA, CRB, CRC, CRD
Mechanisch gekoeld en verwarmd, klasse A tot en met LKoelt en verwarmt. De klasse bepaalt het bereik van de binnentemperatuur en de laagste buitentemperatuur.BNA, BRA tot en met BRL

Temperatuurregistratie voor gekoelde en bevroren ladingen

Een temperatuurregistratie toont de luchttemperatuur in de oplegger tijdens de hele rit. Voor diepvriesproducten eist het EU-recht een recorder in het voertuig (Verordening (EG) nr. 37/2005). Elke registratie wordt gedateerd en minstens één jaar bewaard. Vraag voor gekoelde producten vóór het laden om een registratie, als u of de ontvanger die nodig heeft.

Bevroren producten

Diepvriesproducten: −18 °C en een registratie bij elke rit

Het EU-recht en de ATP leggen de grens vast, staan een korte stijging toe en eisen een temperatuurrecorder in de oplegger.

−18 °C

Diepvriesproducten, niet warmer

3 °C

Korte stijging tijdens het vervoer, hooguit

1 jaar

Registraties bewaren, minstens

  1. Koud bij het laden

    Diepvriesproducten zijn bij het laden −18 °C of kouder.

  2. Recorder in de oplegger

    Een recorder volgens EN 12830 registreert de luchttemperatuur tijdens de hele rit.

  3. Registratie bewaard

    Elke registratie wordt gedateerd en minstens één jaar bewaard.

Richtlijn 89/108/EEG staat tijdens het vervoer een korte stijging van hooguit 3 °C toe. De ATP noemt het ontdooien van het koelaggregaat als voorbeeld.

Richtlijn 89/108/EEG van de Raad, artikel 5; Verordening (EG) nr. 37/2005 van de Commissie, artikel 2; ATP, bijlage 2 en aanhangsel 1 daarvan, gewijzigd vanaf 25 augustus 2026. Gecontroleerd op 20 oktober 2026.

De ATP eist recorders die voldoen aan de norm EN 12830:2018. Recorders die al in gebruik zijn en voldoen aan EN 12830:1999, mogen in gebruik blijven. De wijzigingen van de ATP die sinds 25 augustus 2026 gelden, vernieuwen de regels voor de controle van recorders volgens de norm EN 13486:2023. De nieuwe regels voor recorders gelden uiterlijk 12 maanden na die datum.

Diepvriesproducten moeten op elke plek −18 °C of kouder zijn. Richtlijn 89/108/EEG staat tijdens het vervoer een korte stijging van hooguit 3 °C toe. Verordening (EG) nr. 853/2004 legt ook grenzen vast voor vlees, gevogelte en vis:

  • Vlees van runderen, varkens, schapen, geiten en paarden: 7 °C, slachtafvallen 3 °C, vóór en tijdens het vervoer
  • Gevogelte: 4 °C vóór en tijdens het vervoer
  • Gehakt 2 °C en vleesbereidingen 4 °C, of bevroren tot −18 °C
  • Verse vis: dicht bij de temperatuur van smeltend ijs. Bevroren vis: −18 °C, met een korte stijging van hooguit 3 °C

Schriftelijke instructies en de aansprakelijkheid van de vervoerder

Geef de vervoerder uw instructies op papier. Artikel 18 lid 4 van het CMR-verdrag gaat over vervoer met een voertuig dat de temperatuur regelt. De vervoerder kan zich dan alleen op de uitzondering voor bederfelijke goederen beroepen als hij twee dingen bewijst. Ten eerste dat hij alle nodige maatregelen heeft genomen bij de keuze, het onderhoud en het gebruik van het materieel. Ten tweede dat hij uw bijzondere instructies heeft gevolgd.

Zet de ingestelde temperatuur, de stand van het aggregaat en het product op de transportopdracht en op de CMR-vrachtbrief.

De aansprakelijkheid van de vervoerder is beperkt. De CMR beperkt de vergoeding tot 8,33 SDR per kilogram brutogewicht (artikel 23 lid 3, gewijzigd door het protocol van 1978). In ons artikel over CMR-aansprakelijkheid en ladingverzekering vindt u deze grens in euro en de uitzonderingen. Geef bij de boeking de waarde van de goederen door. Dan kunnen wij de verzekering bespreken voordat de vrachtwagen vertrekt.

Voor geneesmiddelen gelden aparte EU-richtsnoeren voor goede distributiepraktijken (2013/C 343/01). Overleg met ons voordat u zo’n lading plant.

RNJ Transport geeft een lading in een koeloplegger, net als elke andere lading, één contactpersoon en één factuur. Wij controleren de partnervervoerder vóór elke lading. Dit artikel beschrijft de algemene regels van de ATP, het EU-levensmiddelenrecht en de CMR. Controleer voor uw eigen geval uw contract en vraag het na bij de bevoegde overheid.

Checklist vóór een koeltransport

Spreek deze punten met de expediteur af voordat de vrachtwagen komt. Zet elk punt op de transportopdracht. De ingestelde temperatuur staat ook op de CMR-vrachtbrief.

Wat u vóór een koeltransport afspreekt
OnderwerpWat u afspreektWaarom
Ingestelde temperatuurEén waarde in °C of een bereik, bijvoorbeeld −18 °CDe chauffeur stelt deze temperatuur in op het aggregaat.
Stand van het aggregaatKoelen, of verwarmen voor ladingen die niet mogen bevriezenVerwarmd ATP-materieel houdt binnen +12 °C of hoger vast.
VoorkoelenDe oplegger heeft de ingestelde temperatuur vóór het ladenDe lading moet bij het laden al op de juiste temperatuur zijn.
Temperatuur van de ladingDe lading heeft bij het laden de ingestelde temperatuurEen koeloplegger houdt de temperatuur vast. Koel de lading eerst af in een koelhuis.
ProductDe naam, en of het gekoeld, bevroren of diepgevroren isHet product bepaalt de ATP-grenzen en de EU-regels.
MaterieelATP-klasse en een geldige ATP-plaat of een geldig certificaatInternationaal vervoer van levensmiddelen onder de ATP vraagt goedgekeurd materieel.
TemperatuurregistratieEen geprinte registratie of een bestand, en wanneer u die nodig heeftVraag erom vóór het laden. Het EU-recht eist een recorder voor diepvriesproducten.
Pallets en gewichtAantal, afmetingen, hoogte en brutogewichtDe koeloplegger moet genoeg ruimte en genoeg laadvermogen hebben.
Waarde van de goederenDe waarde, doorgegeven bij de boekingDe CMR beperkt de aansprakelijkheid van de vervoerder tot 8,33 SDR per kilogram.

Veelgestelde vragen

  1. Wat is een ATP-certificaat?

    Een ATP-certificaat bevestigt dat een koeloplegger of een geïsoleerde oplegger voldoet aan de ATP-eisen van zijn klasse. De bevoegde overheid van het land waar de oplegger is geregistreerd, geeft het af. Het certificaat reist mee met de oplegger, of een ATP-plaat op de oplegger vervangt het. De ATP eist een keuring vóór het eerste gebruik en daarna minstens elke zes jaar. Na sommige keuringen van materieel dat al in gebruik is, moet de volgende keuring binnen drie jaar plaatsvinden.

  2. Geldt de ATP voor vers fruit en verse groenten?

    Nee, niet voor ongesneden vers fruit en ongesneden verse groenten. Bijlage 3 van de ATP noemt gesneden rauwe groenten die klaar zijn om te eten en geconcentreerde vruchtensappen, maar geen ongesneden vers fruit en geen ongesneden verse groenten. Voor bevroren fruit en bevroren groenten geldt bijlage 2. De EU-regels voor levensmiddelenhygiëne gelden voor elk vervoer. Spreek de temperatuur dus af met de koper en zet die op de opdracht.

  3. Kan een koeloplegger een warme lading afkoelen?

    Niet betrouwbaar. Een koeloplegger is gemaakt om een temperatuur vast te houden. De ATP-test controleert of het aggregaat een lege oplegger kan afkoelen en de temperatuur kan vasthouden. De regels eisen ook dat de lading bij het laden de juiste temperatuur heeft. Koel de lading eerst af in een koelhuis, en spreek af dat de chauffeur de oplegger vooraf op de ingestelde temperatuur brengt.

  4. Welke temperatuur is nodig voor vervoer van bevroren goederen?

    −18 °C of lager voor diepvriesproducten en bevroren vis, en −20 °C of lager voor ijs. Andere bevroren producten mogen niet warmer zijn dan −12 °C, en bevroren boter niet warmer dan −10 °C (ATP, bijlage 2). Voor diepvriesproducten staat het EU-recht tijdens het vervoer een korte stijging van hooguit 3 °C toe.

  5. Hoelang worden temperatuurregistraties bewaard?

    Minstens één jaar, als er diepvriesproducten worden vervoerd. Verordening (EG) nr. 37/2005 en de ATP eisen dat elke registratie wordt gedateerd en minstens één jaar wordt bewaard, voor sommige producten langer. Voor gekoelde producten noemen deze regels geen termijn. Heeft u een registratie van een gekoelde lading nodig, vraag er dan vóór het laden om.

  6. Kan een koeloplegger in de winter de lading verwarmen?

    Ja, als het materieel kan verwarmen. De ATP kent verwarmd materieel in klasse A tot en met D, dat minstens 12 uur een binnentemperatuur van +12 °C of hoger vasthoudt. Mechanisch gekoeld en verwarmd materieel kan koelen en verwarmen. Laat het ons weten als uw lading niet mag bevriezen. Dan zoeken wij een koeloplegger die kan verwarmen.

Bronnen (9)

  1. Agreement on the International Carriage of Perishable Foodstuffs and on the Special Equipment to be Used for such Carriage (ATP), as amended on 22 June 2024, UNECE
  2. Tractatenblad van het Koninkrijk der Nederlanden 2026, 51: wijzigingen van de ATP en van Bijlagen 1 en 2, in werking op 25 augustus 2026
  3. Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (geconsolideerde tekst van 7 mei 2026)
  4. Richtlijn 89/108/EEG van de Raad van 21 december 1988 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake voor menselijke voeding bestemde diepvriesprodukten
  5. Verordening (EG) nr. 37/2005 van de Commissie van 12 januari 2005 betreffende de temperatuurcontrole in vervoermiddelen en in opslagruimten van voor menselijke voeding bestemde diepvriesproducten
  6. Verordening (EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad inzake levensmiddelenhygiëne (geconsolideerde tekst van 24 maart 2021)
  7. Convention on the Contract for the International Carriage of Goods by Road (CMR), Geneva, 19 May 1956
  8. Protocol to the Convention on the Contract for the International Carriage of Goods by Road (CMR), Geneva, 5 July 1978
  9. Richtsnoeren van 5 november 2013 inzake goede distributiepraktijken voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik (2013/C 343/01)

Wij hebben deze bronnen gecontroleerd op 20 oktober 2026.

Plan uw koeltransport met ons

Vul de route, de datum en de omvang van de lading in op het prijsformulier. Voeg het product en de ingestelde temperatuur in °C toe. Wij bellen u terug. U kunt ons ook bellen tijdens kantooruren.

+370 698 38573

Een medewerker op ons kantoor in Klaipėda neemt de telefoon op.

Ma t/m vr 08:00–17:00 (Litouwse tijd)

Prijs aanvragen

Laat uw route en uw nummer achter. Wij bellen u terug over de prijs.

Ladinggegevens toevoegen (optioneel)

Wij bellen u binnen 2 werkuren terug.

Wij gebruiken uw nummer alleen om u over deze aanvraag te bellen.